Interview met de dirigent

Gelezen in Eilanden-Nieuws van 8 februari 2011

De dirigent:


De Christelijk Oratorium Vereniging “Laudando” viert dit jaar haar 50-jarig jubileum met mooie en bijzondere concerten en evenementen. Om de persoonlijke kant van het koor wat meer te belichten, is er een reeks interviews gepland met prominente personen van het koor en met mensen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd om dit jubileumjaar tot een succes te maken. Het woord is als eerste aan dirigent Rinus Verhage die geïnterviewd werd door koorlid Marieke van Oostende.

Kun je me iets vertellen over je muzikale achtergrond?

“Op het conservatorium was ik aanvankelijk volledig gericht op het hoofdvak orgel, dit was mijn grote passie. Ik had helemaal niets met koren en koormuziek. Tot op een dag mijn docent solfège Maria Kuster me adviseerde om naast orgel het vak kerkmuziek/koordirectie te gaan volgen bij Barend Schuurman en Jan Eelkema. Met name Barend Schuurman heb ik toen als een zeer bijzondere en gepassioneerde man ervaren en hij heeft zeker een grote invloed op me gehad. Langzaam maar zeker begon de koormuziek en het dirigeren me steeds meer te boeien.”

In 1978 werd je door het bestuur van COV “Middelharnis” gevraagd om de dirigeerstaf over te nemen van Jan van Dijk. Hoe ging dat in zijn werk?

“Met Jan van Dijk samen heb ik eerst nog een jaar het koor geleid. Ik was nog student, dus ik was erg blij met de begeleiding die Jan van Dijk me toen gaf. Je zou kunnen zeggen dat het koor en ik daarna samen muzikaal zijn verder gegroeid, zeker ook omdat ik mezelf  nog moest vinden als dirigent. Een vooropgesteld plan heb ik nooit gehad. Dirigeren is vooral reageren op het moment. Je moet niet alleen sturen, maar je moet jezelf ook open durven stellen, de magie van de muziek een kans geven te ontstaan.”

Hoe is COV “Laudando” tijdens je dirigentschap veranderd?

“Het in zekere zin nog prille koor van toen is inmiddels volwassen geworden. Naast intensief werken met en aan het koor, is dit mede te danken aan de culturele groei en bloei op Goeree-Overflakkee zelf. Het muziekonderwijs op de middelbare scholen is steeds beter geworden, de muziekschool werd opgericht, mensen gingen steeds meer hun talen spreken. Dit alles heeft ertoe geleid dat het niveau van het koor steeds hoger werd. Ook de samenwerking met organist Wim Diepenhorst heeft veel bijgedragen. Wim is een geniaal musicus en vaak hebben we aan een blik genoeg. Die man tovert een heel orkest uit het orgel.”

Zijn er momenten in je loopbaan bij “Laudando” die je speciaal zijn bijgebleven?

“Ik heb veel mooie momenten beleefd bij “Laudando”, maar de uitvoering van de Johannes Passion voor Calando en het concert tijdens de herdenking van de Watersnoodramp, die beide plaatsvonden in 2003, zijn mij vooral bijgebleven. De verschillende uitvoeringen van Ein Deutsches Requiem waren ook erg bijzonder. Tijdens deze concerten kwam het koor als het ware los van zichzelf en steeg het boven zichzelf uit. De kracht van een amateurkoor ligt toch vooral in de passie die het voort kan brengen. Uiteraard moeten emotie en passie ook door de dirigent gesublimeerd worden. Daarom begint het dirigeren voor mij altijd bij de unieke combinatie van tekst en klank. Pas als de tekst niet alleen begrepen, maar ook gevoeld wordt, kan er met musiceren worden begonnen. Als dan een koor uiteindelijk ook nog los kan komen van de zwarte en witte bolletjes op het papier, dan ontstaat de ware samenwerking tussen dirigent en zangers.”

COV “Laudando” bestaat 50 jaar: waar kijk je naar uit in dit jubileumjaar?

“Ik vind het zeer passend dat ervoor is gekozen om dit jaar de Johannes Passion van Bach uit te voeren. Dit niet alleen omdat de Johannes Passion tot de  meest belangrijke werken uit de muziekgeschiedenis behoort, maar ook omdat dit het eerste grote werk is dat door het koor (in de jaren zeventig) werd uitgevoerd. Uiteraard zie ik hier heel erg naar uit. Later dit jaar zullen we een nieuw werk dat speciaal voor “Laudando” werd gecomponeerd door oud-dirigent Arie Keijzer tijdens het jubileumconcert ten gehore brengen. En natuurlijk ervaar ik dat ook als een grote uitdaging.  Op deze manier blikt het koor niet alleen terug, maar kijkt het ook vooruit!”